Recensie: De mensmachine – ‘Terecht met prijzen overladen’

Je kunt over technologie speculeren en filosoferen. Je kunt erover debatteren. Maar je kunt er ook op uittrekken om te zien wat er daadwerkelijk gebeurt. Dat laatste is wat Mark O’Connell, journalist en literatuurwetenschapper, heeft gedaan.
Hans van der Loo las het boek De Mensmachine met veel plezier en beschrijft hieronder wat bij hem bleef hangen.

O’Connell voert ons langs mensen en groepen die deel uitmaken van de zogenaamde ‘transhumane beweging’, een stroming die erop is langs technologische weg einde te maken aan menselijke tekortkomingen als sterfelijkheid. Hij doet dit met een ijzersterke mix van fascinatie, scepsis en humor. Maar ook vanuit persoonlijke motivatie. Zo vroeg hij zich tijdens de zwangerschap van zijn eerste kind of er geen eenvoudiger manier was om kinderen geboren te laten worden.

Waar brengt O’Connell ons zoal? Om te beginnen naar een bedrijf in Phoenix dat het mogelijk maakt om tegen betaling van een paar ton je levenloze lichaam in stikstof te bewaren totdat de wetenschap een oplossing heeft gevonden voor de doodsoorzaak. Als het zover is, kun je nabestaanden het lichaam tot leven wekken en laten repareren. Of het in de praktijk ook zo zal werken? Neurobiologen menen van niet. Ze zeggen dat het opwekken van mensen uit de dood een illusie is en zal blijven. Ook de bedrijfsvoerders van Alcor, want zo heet het bedrijf, zijn sceptisch over de mogelijkheden om ooit te doen wat zij nu beloven. Maar het is in ieder geval het proberen waard, verzekeren zij ons, daarbij ongetwijfeld met een schuin oog naar hun bankrekening kijkend.

Hoewel je op het eerste gezicht geneigd om de ideeën als knettergek te bestempelen, moet je het transhumanisme niet onderschatten. Met name in Silicon Valley is het gedachtengoed onder beroemdheden razend populair. Peter Thiel, ooit de oprichter van PayPal en tegenwoordig niet alleen succesvol investeerder en ondernemer, en bovendien ook fervent aanhanger van president Trump, is ervan overtuigd dat we dankzij AI weldra alle ‘bugs’ binnen het menselijk computerprogramma kunnen repareren. ‘De dood zal van een mysterie een oplosbaar probleem worden’ stelt hij nuchter. Een andere prominente pleitbezorger van de onsterfelijkheidsgedachte is Ray Kurzweil, hoofd van de technische afdeling van Google en in de literatuur steevast aangeduid als geniaal. Via zijn boeken en een particuliere universiteit (Singularity University) draagt hij de boodschap uit dat de mens binnen enkele decennia overvleugeld zal worden door superintelligente machines. Onsterfelijkheid zal dan geen thema meer zijn, zo veronderstelt hij, want AI is immers niet kapot te krijgen. Het zijn echter niet alleen rijke beroemdheden, maar ook betrekkelijk anonieme en obscure figuren die druk met nieuwe technologieën experimenteren om aan hun menselijke tekortkomingen te ontsnappen. De auteur voert ons ook naar een groep in communeverband levende ‘biohackers’ – ook wel cyborgs genoemd – die proberen om hun lichaam en geest langs kunstmatige weg te perfectioneren. Dat gebeurt overigens op even amateuristische als pijnlijke wijze. Zo heeft een computerprogrammeur zonder verdoving een apparaat ter grootte van een stel kaarten in zijn arm laten aanbrengen. Waarom? Om te ontsnappen aan ons miserabele biologische leven, zegt de betrokkene. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

Het ontsnappen aan het menselijk tekort en de treurnis van het alledaagse leven is volgens O’Connell de rode draad achter alle door hem beschreven onsterfelijkheidspogingen. Hoewel het allemaal zeer eigentijds en vaak ook gloednieuw klinkt, is het transhumanisme in feite niet meer dan oude religie in een nieuwe verpakking. Wat ooit de hemel was, is tegenwoordig een aan de rand van een vliegveld liggend pakhuis waar honderden in stikstof verpakte lijken op hun verlossing wachten. Zoals iedere religie betaamt, kent ook het transhumanisme zijn voorgangers en zijn volgers. Die laatste groep tref je tegenwoordig regelmatig aan voor de ingang van de immense Google Campus. ‘GOOGLE, PLEASE SOLVE DEATH’ ,staat er op spandoeken te lezen die zij met zich meedragen.

De mensmachine is terecht met prestigieuze prijzen overladen. Het leest als een trein, voert langs onderwerpen en gebieden waar je nog nooit hebt gehoord en vooral ook, het zet je aan het denken. De mensmachine informeert, ontroert en werkt op gezette tijden ook op de lachspieren. Dat de auteur in dat laatste slaagt is op zich een kunststuk, als je bedenkt dat de mensen die hij heeft gesproken stuk voor stuk uiterst serieus zijn en de dood nu ook niet bepaald een thema is om te lachen….

Recommended Posts