Longread: “Een internet of people is toch veel mooier?”

De zoektocht van scepticus Andrew Keen naar oplossingen voor complexe problemen

Vorige week verscheen het nieuwe boek van Andrew Keen ook in Europa. How to Fix the Future is de hoopvol klinkende titel van de in Californië woonzame Brit die we kennen van zijn kritische boek The Internet is Not the Answer uit 2015. Daarin schetste Keen de gevolgen van de digitale revolutie op economie, samenleving en cultuur. In zijn nieuwe boek gaat de scepticus Keen op zoek naar oplossingen. Patrick Davidson en Hans van der Loo lazen het nieuwe boek en legden Keen in een boeiend interview 10 vragen voor.

 Met zijn vorige boek was Keen drie jaar geleden een van de eersten die een kritisch tegengeluid liet horen bij de exponentiele groei van technologiebedrijven. Inmiddels heeft Keen veel navolging gekregen. Silicon Valley, waar veel van de technologische ontwikkelingen waarover Keen schreef vandaan komen (denk bijvoorbeeld aan Google, Facebook, Apple en Facebook), ligt onder vuur in de media. Van groeiende inkomensongelijkheid tot aan de verslavende werking van smartphone en social media, van de manier waarop platformen als YouTube meer verdienen dan de artiesten zelf, tot aan de invloed van social media op de Amerikaanse verkiezingen, de afgelopen maanden kwam er een grote tegengolf van kritiek op gang. Interessant is dan ook dat juist Keen vindt dat het tijd is voor een positief geluid en vooral dat het zaak is om oplossingen te zoeken.

Foto: Jens Panduro

In je vorige boek was je enorm kritisch over Silicon Valley, nu vind je dat het tijd is voor meer positiviteit. Hoe verklaar je dat?

Andrew Keen: “We zijn nu drie jaar verder en de tijdsgeest is veranderd. Daardoor sta ik niet langer alleen in mijn kritiek en lees je nu op veel fronten over de gevolgen van de digitale revolutie: een groeiende ongelijkheid, grote technologiebedrijven die teveel macht hebben en natuurlijk wat het met ons doet. Je kunt uiteraard niet alles toeschrijven aan technologische ontwikkelingen maar veel ontwikkelingen zijn hierdoor wel versneld. Na drie boeken over de donkere kant van de digitale revolutie vond ik het echter zelf tijd voor iets positiefs. Het is nog niet te laat maar we moeten nu wel echt in actie komen om te voorkomen dat we speelbal blijven van de grote technologiebedrijven en dat overheden daar misbruik maken. Wij mensen bepalen hoe de toekomst eruitziet en daarom gaat dit boek veel meer over mensen. Ik ben voorstander van een Internet of People, in plaats van een Internet of Things. Daarom reisde ik over de wereld en ging kijken bij mensen waarvan ik denk dat we kunnen leren.”

 

“Een Internet of People, dat is toch belangrijker dan een Internet of Things?”

 

Voel je dat je deel uitmaakt van een tegenbeweging?

Keen: “Wat mij drijft is observeren wat er gebeurt in de wereld en dat dan verklaren. Daarbij wil ik dat de waarheid boven komt. Ik maak zeker geen deel uit van een tegenbeweging want ik ben eerder een einzelgänger dan iemand van een collectief. Bovendien vind ik het niet interessant wanneer mensen hetzelfde zeggen. Ik hoor eigenlijk alleen graag bij de clubs die me niet willen hebben….

Van de tegengeluiden vind ik de boeken van Franklin Foer, Noam Cohen en Jonathan Taplin goed hoor. Maar over de gehele linie zeggen ze vaak hetzelfde dus heel vernieuwend is het niet, dat tegengeluid. Net zoals ik zelf ook niet de eerste was. Zo heb ik zelf met plezier het werk van Nick Carr gelezen en daar de titel van een vorig boek aan ontleend (Cult of the Amateur).”

Geen beweging dus maar wel een golf van kritiek?

Keen: “Inderdaad. Als je het over een beweging hebt dan denk ik eerder aan een groep mensen in Silicon Valley die verandering nastreven. Ik doel op mensen als Tristan Harris, een voormalig designer van Google, en venture capitalist Roger McNamee, een van de eerste investeerders in Facebook. Zij hebben niet alleen een tegengeluid geboden maar zijn ook echt in actie gekomen. Harris waarschuwt ons voor de verslavende werking van social media en smartphones en McNamee benadrukt de impact die social media op ons leven heeft. Met hen heb ik wel gesproken maar dat is niet gecoördineerd vanuit een beweging hoor. We vinden elkaar op inhoud.”

“Er bestaan geen simpele oplossingen voor complexe problemen”

Op zoek naar positieve uitzonderingen belandde je in Estland. Wat trof je daar aan?

Keen: “Estland is een klein Oost-Europees land dat door de eeuwen heen veel last heeft gehad van nabijgelegen landen. En toch zijn ze aan de slag gegaan met boeiende vraagstukken, zoals hoe je via de informatiemaatschappij waardevolle verbindingen kunt aangaan. Waar Estland nu ‘hyperconnected’ is, zie je dat Wit-Rusland, een andere voormalige Sovjet-staat, precies de andere kant op gaat en is weggegleden.

Wat er in Estland gebeurt, nota bene met de overheid als aanjager, is heel interessant. Ze proberen daar uit te vinden op welke manier je goed kunt leven in deze tijd, waarin technologie voor grote veranderingen heeft gezorgd en mensen zelfs bang zijn dat computers (kunstmatige intelligentie, red.) het overnemen.

Wat ik hoopgevend vind aan het voorbeeld van Estland is dat het begon met enkele mensen die vanuit nieuwsgierigheid en vol overtuiging aan de slag gingen. Daarbij was vertrouwen het uitgangspunt en stond de vraag centraal ‘hoe te leven in cyberspace?’”

Wat merken burgers daarvan?

“De sleutel bij alle initiatieven in Estland is de online identiteit die de regering je geeft en waarmee je veilig online kunt. Alleen jijzelf hebt inzicht in je data en dat zorgt voor vertrouwen. Je kunt als burger dus precies zien wie in jouw data heeft gekeken. En je kunt ook niet langer anoniem schade berokkenen aan anderen. Kortom, hoe leiden we een goed leven in cyberspace. In het onderwijs wordt nu in Estland aandacht besteed aan programmeren maar ook aan verantwoordelijkheden die je als burger hebt. Je leert dus wat goed gedrag is. Ze zien daar nu al dat kinderen de generatie voor hen al inhalen.

“Een land runnen als een startup, dat doen ze in Estland”

Door het land als een startup te runnen Estland is een van de meest innovatieve landen waar nu zelfs in de VS naar gekeken wordt. Onlangs sprak ik Gina Raimondo, de gouverneur van Rhode Island en zij is erdoor geïnspireerd en wil graag leren van Estland.

Ook Singapore is trouwens een interessante case. Waar het in Estland draait om vertrouwen en regie over eigen data draait het in Singapore vooral om de toepassingen en staat juist intelligentie (“smart cities”) centraal.”

Je zoektocht naar oplossingen bracht je ook bij het werk van een Nederlandse schrijver, Rutger Bregman..

Keen: “De gedachten over een basisinkomen, waar Bregman over schreef, spraken me aan. Wanneer veel mensen daadwerkelijk hun inkomen zouden verliezen door technologische ontwikkelingen als robotisering en kunstmatige intelligentie dan is het belangrijk om te bedenken wat mensen dan gaan doen. Een basisinkomen kan dan deels helpen om je lasten voor een deel gedekt te krijgen maar ik betwijfel of mensen dan wel een vak blijven beoefenen zoals nu. Er zijn inmiddels meer mensen die in deze richting denken, ook in Silicon Valley dus het is iets om te blijven volgen. Zo schreef Chris Hughes, een van de mensen uit de begintijd van Facebook, er een boek over.”

In je boek stel je dat we het allemaal weleens eerder hebben meegemaakt. Wat is er dan zo speciaal aan de uitdagingen van deze tijd?

Keen: “Om de zoveel tijd is er een technologische verandering die de wereld op zijn kop zet. Denk aan de boekdrukkunst en de industriële revolutie. En elke keer staan bestaande tradities en systemen onder druk. De historie herhaalt zich nooit op dezelfde manier en in exact dezelfde vorm maar je kunt patronen herkennen. Neem de zestiende eeuw waarin de kerken werden opgeschud door de boekdrukkunst. Het was een tijd waarin tradities van het feodale systeem werden uitgedaagd vanuit veel hoeken. Economische ongelijkheid, massale werkloosheid en pure angst. De uitvinding van Gutenberg ondermijnde de eeuwenlange autoriteit van de Katholieke kerk. Kortom, echte disruptie en wellicht nog wel meer onzekerheid dan in onze tijd. Ook voor de mensen in die tijd leek de toekomst kapot. Maar de mensheid hervond zichzelf. Het is belangrijk dat we beseffen dat we zelf in actie moeten komen willen we de technologie de baas blijven.”

Wat kunnen lezers zelf doen na het lezen van je boek?

Keen: “Vooropgesteld dat er geen simpele oplossingen bestaan voor complexe problemen, kan echt iedereen in actie komen. En op diverse manieren want we hebben allemaal meerdere petten op. Als consument kun je bewuster keuzes maken zodat de grote techbedrijven merken wat we wel en niet langer pikken. Dat vergt een gedragsverandering. Meer geduld tonen als burger en over grenzen heen denken. Heroverweeg als consument de technologie die je gebruikt. Daarbij is stoppen met het gebruiken van Google trouwens lastig, zo heb ik gemerkt bij het schrijven. Met Facebook kun je makkelijker stoppen, zeker als daar betere alternatieven voor komen. Zodra de gebruikers verdwijnen zijn die bedrijven hun macht kwijt.

“Stoppen met gebruiken van Google’s zoekmachine is lastig..”

Als burger kun je verder bewust kiezen voor politici die de macht van die grote bedrijven echt willen aanpakken en je kunt hen vragen om regulering en wetgeving omtrent privacy. Als ouders kun je het beste voorkomen dat je kinderen verslaafd raken aan apps, net zoals je nu al waarschuwt voor de gevaren van slechte voeding. Tristan Harris gaat nog een stap verder. Die is voorstander van het idee om software-ontwikkelaars een eed te laten afleggen, net als doctoren.

Uiteraard is het belangrijk om hierop in te spelen in het onderwijs zodat de volgende generatie zich hiervan bewust is.  Kortom, het is tijd voor actie en op veel fronten. Dat vergt tijd en vooral ook het combineren van denkwijzen, talenten en vakgebieden. Daarom is dit ook een boek en geen tweet want hier zijn geen simpele oplossingen voor….”

Welke leiders zie je als rolmodel voor de toekomst?

Keen: “Ik denk dat we naast de genoemde voorbeelden van Estland en Singapore uit de publieke sfeer ook iets mogen verwachten van leiders van grote bedrijven.

Marc Benioff (CEO van Salesforce) vind ik een goed voorbeeld van een volwassen leider van een technologiebedrijf die iets terug wil doen voor de samenleving, net zoals Bill Gates dat de laatste jaren heeft gedaan. Mijn hoop is echter vooral op Jeff Bezos van Amazon gericht. Hij heeft alles: het intellectuele vermogen, hij kan vooruitdenken en heeft als rijkste mens aller tijden ook de financiën. Hij kan zijn tijd beter besteden aan het bedenken in welke wereld zijn kinderen opgroeien en daaraan werken dan raketten in de lucht sturen (via zijn bedrijf Blue Origin, red.). Van Mark Zuckerberg, oprichter van Facebook verwacht ik niet veel, dat is nog een kind. Die zit vast in zijn eigen ideologie van mensen verbinden via technologie.

“Mark Zuckerberg is nog een kind”

Onderschat ook niet welke rol bestaande organisaties kunnen spelen. Zo was ik onlangs onder de indruk van de woorden van Keith Weed, Chief Marketing & Communications Officer van Unilever, over het samengaan van een morele taak én geld verdienen. Hij stelde dat Unilever, een van de grootste bedrijven ter wereld als het gaat om verpakte consumentengoederen, niet langer zou adverteren via Google en Facebook als zij geen orde op zaken zouden stellen. Zo’n oproep om verantwoordelijke platformen zal tot actie leiden.”

“Historici zien nooit iets nieuws terwijl technologische leiders juist denken dat alles nieuw is.”

 

Tot slot: heb je nog een leestip?

“Zeker! Niall Ferguson, een van de belangrijkste historici van dit moment, bracht onlangs een nieuw boek uit getiteld The Square and the Tower. Daarin stelt hij dat netwerken niet nieuw zijn. Zo kreeg ik weer bevestigd dat historici nooit iets nieuws zien terwijl technologische leiders juist denken dat alles nieuw is.

Dat is ook een centraal thema van How to Fix the Future waarin ik Utopia van Thomas More, een boek uit de zestiende eeuw, als centraal raamwerk hanteer. Ook dat boek verdient het om opnieuw te worden gelezen. Als je de toekomst wilt begrijpen dan moet je het verleden kennen…”

 

Over de auteurs

Patrick Davidson en Hans van der Loo werken momenteel met Martijn Arets aan het boek Wavemakers. Daarin nemen ze het leiderschap, gedrag en de cultuur van snel groeiende organisaties onder de loep. Ze reisden daarvoor de wereld over om te leren van mensen en organisaties die elke dag werken aan een betere wereld. Het boek verschijnt deze zomer bij Vakmedianet. Deze blog verscheen eerder op de website van Management Boek Magazine.

 

Meer van Andrew Keen

De boekbespreking van Keens vorige boek The Internet is Not the Answer (2015) vind je hier.

 

Recommended Posts